Gezocht: podium voor een nieuwe lichting schrijvers

Weinig dingen zijn zo afstotelijk als een culturo in een klagerige bui. Niemand heeft graag dat jengelende joch aan z’n broekspijpen hangen, zeurend dat het leven niet eerlijk is en dat hij/zij dit of dat ook wil. Toch vond ik het de laatste weken knap lastig om naar Studio Brussel te luisteren en daar dagelijks te worden blootgesteld aan ‘De Nieuwe Lichting’, zónder te denken: dat wil ik ook.

Het podium op

Het is ongelofelijk moeilijk om nieuwe literaire stemmen tot bij het grotere publiek te krijgen. De meeste Vlaamse debutanten, getalenteerd of niet, worden niet gelezen, niet besproken, niet geïnterviewd, niet opgemerkt, zelfs niet door de kritiek de grond in geboord. Ik noemde dat daarnet ‘ongelofelijk’, maar eigenlijk is het heel begrijpelijk. De lezer wordt in de Vlaamse boekhandel verwend met een gigantisch aanbod. Er wordt in ons taalgebied ontzettend veel buitenlands werk vertaald aangeboden. De auteur van eigen bodem is in concurrentie met de hele wereld. Welke kans maakt de beginneling dan? 

Fundamentalisten van de vrije markt zullen aanvoeren dat talent altijd komt bovendrijven. Ik gun die mensen hun onzin, maar in de feiten heeft de Vlaamse overheid besloten dat de markt hier een beetje bijsturing verdient. Daarom zijn er verschillende door de staat betoelaagde instanties die investeren in talentontwikkeling. Organisaties zoals Creatief Schrijven en Vlaams-Nederlands Huis deBuren gaan op zoek naar, stimuleren en ontwikkelen jong schrijftalent, dat niet zelden daarna wordt opgepikt door uitgeverijen. Ook Literatuur Vlaanderen heeft mechanismen om debutanten een duwtje in de rug te geven. Maar daarna valt de machine stil.

Het is allemaal goed en wel om talent te ontwikkelen, maar het laatste stuk van de puzzel ontbreekt: dat talent onder de aandacht krijgen van het grotere publiek.
Allerlei spelers proberen momenteel een publiek te vinden voor aanstormend talent. Creatief Schrijven prent de leerlingen in dat ze zich moeten manifesteren, onder andere op sociale media. Uitgeverijen twitteren en tiktokken zich suf. Mijn eigen uitgeverij, Krummholz, brengt binnenkort het romandebuut van Jan-Albrecht Jost. Maar hoe krijgen we hem op het écht grote podium? Voorlopig draaien we op eigen kosten reclames in de Lumière-cinema’s. Maar dat is niet genoeg.

Vandaar dus dat jengelende joch: waarom wordt Vlaams muziektalent enthousiast gepusht door de Vlaamse radio, maar krijgen onze schrijvers dat podium niet? De nood bij boeken lijkt me nog hoger dan bij muziek.

De tent uit

Ik wil niet op de stoel gaan zitten van radio- of televisiemakers over hoe programma’s moeten worden gemaakt. Maar ‘De Nieuwe Schrifting’ (ja, er is nog werk aan die werktitel) moet er volgens mij komen. Je kan volgens mij perfect boeken van Vlaamse debutanten bespreken of laten voorlezen op nationale radio en televisie. Er zijn zoveel kundige programmamakers in dit land die daar vast een interessante en spannende competitie van kunnen maken. En zodra de shortlist van deze wedstrijd bekend raakt, kunnen wij in de boekensector elkaar weer de tent uitvechten met verwijten over een partijdige en/of kortzichtige jury. Fun for all the family!

Ik weet het wel, dit soort ideeën opent een heel gevaarlijke deur. Voor je het weet eisen de beeldende kunsten ook hun deel van de koek en moeten we elke maand een ander beeldhouwwerk van een nieuw talent neerzetten op de drukste rotondes van het land. Maar als je bedenkt hoe eenvoudig en maatschappelijk relevant het zou zijn om een literaire versie van ‘De Nieuwe Lichting’ uit te werken, blijft er nog maar één vraag: waarom niet?